vraag & antwoord

Welke hypotheekvormen zijn er voor doorstromers?

Laatst bijgewerkt op - leestijd

De aflossingsvrijehypotheek is niet meer gebruikelijk

Wanneer je je huis verkocht hebt en een nieuw huis koopt, moet je een nieuwe hypotheek afsluiten. De aflossingsvrije hypotheek geeft voor nieuwe hypotheken geen recht meer op hypotheekrenteaftrek. Je mag hem wel meenemen uit je vorige hypotheek als je deze vóór 2013 hebt afgesloten. Het afsluiten van een lineaire of annuïteitenhypotheek is het meest gangbaar en deze hypotheekvormen hebben ook voordelen.

Een nieuw huis, een nieuwe hypotheek. Waar heb je voorheen voor gekozen en waar kies je nu voor? Voor we er dieper op ingaan, even in het kort:

  • De starters van nu kiezen meestal óf een lineaire hypotheek, óf een annuïteitenhypotheek. Aflossing is hierbij verplicht, maar daar staat tegenover dat je de hypotheekrenteaftrek kunt gebruiken.
  • De lineaire hypotheek en de annuïteitenhypotheek hebben bij de meeste geldverstrekkers een lagere rente dan de aflossingsvrije hypotheek en zijn momenteel het populairst. Beide zorgen voor een volledige aflossing van de hypotheekschuld op de einddatum.
  • Doorstromers met een hypotheek van vóór 2013 mogen hun hypotheekvorm meenemen naar de nieuwe hypotheek, ook als het een aflossingsvrije hypotheek is.
  • Het is in sommige gevallen nog steeds mogelijk om een aflossingsvrij deel op te nemen in je hypotheek.

Wat is een annuïteitenhypotheek?

In deze video leggen we nog even kort uit hoe een annuïteitenhypotheek ook alweer werkt.

Bij een annuïteitenhypotheek blijven je maandlasten gedurende de hele rentevastperiode hetzelfde. Bij iedere betaling wordt eerst de verschuldigde rente verrekend. De rest van het maandbedrag bestaat uit de aflossing van de hypotheekschuld. De samenstelling van het bedrag (de annuïteit) verandert dus in de loop van de tijd; hoe meer er is afgelost, hoe lager de verschuldigde rente en hoe hoger het bedrag van de aflossing. Het totaalbedrag van de maandlasten verandert pas als de rentevaste periode afgelopen is. De nieuwe maandlast is afhankelijk van de hoogte van de nieuwe hypotheekrente. Door een hogere hypotheekrente stijgen je maandlasten.

Een rekenvoorbeeld

Je koopt een huis met een hypotheek van € 225.000. Je spreekt met de bank een hypotheekrente van 2% af. Wat betaal je de eerste en tweede maand aan hypotheekrente en aflossing?

In de eerste maand betaal je: € 832, onder te verdelen in € 375 rente en € 457 aflossing.
In de tweede maand betaal je: € 832, onder te verdelen in € 374 rente en € 458 aflossing.

Gedurende de gekozen rentevaste periode blijft de maandlast € 832. Heb je een rentevaste periode van tien jaar gekozen? Afhankelijk van de rentestand na die tien jaar, dalen of stijgen de maandlasten dan. Voor de duidelijkheid: bij een hogere rente stijgen de maandlasten.

Wat is een lineaire hypotheek?

In de lineaire hypotheek wordt de hypotheekschuld verdeeld over de looptijd. Iedere maand los je een gelijk bedrag af. De maandlasten zakken mettertijd.

Nog een rekenvoorbeeld

Bij een hypotheekschuld van € 225.000 en een looptijd van dertig jaar bedraagt de maandelijkse aflossing € 225.000 / 360 maanden = € 625. Over het nog verschuldigde hypotheekbedrag wordt de te betalen hypotheekrente berekend, bijvoorbeeld 2%. De rente bereken je door de hypotheekschuld (€ 225.000) te vermenigvuldigen met het rentepercentage van 2% (€ 4500). Dat deel je door twaalf maanden (€ 375).

In de eerste maand betaal je dus € 1000: € 375 rente en € 625 aflossing.
In de tweede maand zakken de rentelasten naar € 373,96. Want € 225.000 hypotheekschuld minus € 625 aflossing x 2% rente / twaalf maanden = € 373,96. De maandlasten zijn die maand € 998,96 (waarvan € 625 de standaardaflossing is).

Wat gebeurt er met mijn oude hypotheek?

De hypotheekvorm van je oude hypotheek kun je meenemen naar je nieuwe hypotheek. Onder één voorwaarde: de oude hypotheek is afgesloten vóór 2013. Je kunt bijvoorbeeld een bankspaarhypotheek of een beleggingshypotheek meenemen naar de volgende koopwoning. Houd er wel rekening mee dat je ook de hoogte van de schuld uit de oude hypotheekvorm meeneemt. Je hebt bijvoorbeeld een beleggingshypotheek van € 100.000. Je kunt de hypotheekvorm meenemen, maar niet verhogen.

Koop je een duurder huis? Voor het meerdere bedrag moet je kiezen voor een lineaire hypotheek of annuïteitenhypotheek om te kunnen profiteren van de hypotheekrenteaftrek. Met een (bank)spaarhypotheek en een beleggingshypotheek los je maandelijks niet af op de hypotheekschuld. In plaats daarvan wordt de aflossing bij elkaar gespaard in een verzekering of op een rekening die gekoppeld is aan de hypotheek.

De aflossingsvrije hypotheek

De meeste hypotheken afgesloten vóór 2013 zijn gedeeltelijk aflossingsvrij. In je nieuwe hypotheek mag je deze aflossingsvrije hypotheek dus meenemen. Op deze manier houd je de maandlasten lager, maar dat heeft wel een keerzijde. De aflossingsvrije hypotheek los je niet af, dus ook na pensionering betaal je nog steeds hypotheekrente over de volledige hypotheekschuld. In het geval van het overlijden van een van de huiseigenaren erven de nabestaanden het huis – én de hypotheekschuld.

Lage hypotheekrente maakt aflossingsvrije hypotheek populairder

In 2020 is de aflossingsvrije hypotheek weer vaker afgesloten in nieuwe hypotheken. Je kan tegenwoordig namelijk nog steeds een deel aflossingsvrije hypotheek opnemen. Door de lage hypotheekrente is de hypotheekrenteaftrek minder interessant geworden: over een lage hypotheekrente krijg je weinig belasting terug. Kies je voor de aflossingsvrije hypotheek zonder dat je deze meeneemt uit je vorige hypotheek? Zorg er dan voor dat je de hypotheekrente lang vastzet. De (maximale) hypotheekrenteaftrek wordt langzaam afgebouwd in stapjes van 3 procentpunt per jaar tot een niveau van ongeveer 37% bereikt is. Met een lange rentevastperiode bij een lage rente voorkom je een rentestijging. Een hypotheekadviseur kan je adviseren wat in jouw situatie de beste constructie is.

Met een overbruggingskrediet gebruikmaken van de overwaarde

Stel: je huidige woning is nog niet verkocht, maar jij wilt al wel je nieuwe hypotheek afsluiten. Je bent niet de enige in deze situatie. De meeste huiseigenaren wachten niet met het kopen van een andere woning tot de oude woning is verkocht of via de notaris is overgedragen. De eventuele overwaarde die je nodig hebt om je nieuwe woning te betalen, zit dus nog vast in je oude huis. Met een overbruggingskrediet kun je toch al gebruikmaken van deze overwaarde. Zodra de oude woning bij de notaris is overgedragen, verdwijnt het overbruggingskrediet weer.

Het overbruggingskrediet is een tijdelijke (aflossingsvrije) lening. Deze betaal je af zodra je vorige woning via de notaris overgedragen is op de kopers. Van deze hypotheekvorm kun je gebruikmaken als je de overwaarde gebruikt voor je volgende koopwoning. Ook voor deze hypotheek toetst de bank of je de lening kunt betalen met jouw inkomen. Het overbruggingskrediet gaat niet ten laste van wat je maximaal kunt krijgen aan hypotheek, maar de lasten uit deze extra hypotheek moet je wel kunnen dragen.

De energiebespaarlening biedt extra’s

Wist je dat je een gunstige lening kunt krijgen voor investeringen in energiebesparing voor je huis? Dat kan met een energiebespaarlening. Hiervoor heb je recht op een aantrekkelijke hypotheekrente. Deze lening los je sneller af; voor een lening tot €15.000 is de looptijd maximaal tien jaar, voor hogere bedragen maximaal twintig jaar. Het geld moet je uiteraard volledig besteden aan het energiezuiniger maken van je huis. Het gaat om een bedrag van minimaal € 5000 tot maximaal € 65.000.

Meer vragen en antwoorden

Doe je voordeel met onze antwoorden op jouw vragen

Deze hypotheekvorm zorgt voor een volledige aflossing van de hypotheekschuld. De vaste maandlasten worden in eerste instantie laag gehouden door de grootste aflossingen door te schuiven naar de toekomst. Als de afgesproken rentevaste periode afloopt, worden nieuwe maandlasten berekend. Dit kan een nadeel zijn als je tijdens de looptijd met pensioen gaat. De maandlasten blijven namelijk hoog in vergelijking met de lineaire hypotheek.

Iedere maand los je een vast bedrag van de hypotheekschuld af. De maandlasten beginnen hoog en worden iedere maand iets lager door de relatief snelle aflossing. Dat is gunstig, want zo kun je hoge lasten na jouw pensionering voorkomen. Dit geeft je ook ruimte om op termijn minder te werken.

Voor het investeren in het energiezuinig maken van je huis kun je een extra lening aanvragen. Als je het geleende bedrag volledig gebruikt voor dat doel, dan heb je recht op een korting op de hypotheekrente. Houd er wel rekening mee dat je de energiebespaarlening in tien jaar afbetaalt.

Je kunt ervoor kiezen om je hypotheek van vóór 2013 mee te nemen naar je nieuwe woning. Heb je een hypotheek van na dat jaar, dan zul je een nieuwe hypotheekvorm moeten kiezen. Waarom? In oudere hypotheekvormen werd de aflossing van de hypotheek uitgesteld tot de einddatum of er werd niet afbetaald. Dit geeft lage maandlasten, maar ook risico’s. Nieuwe hypotheekvormen zijn de lineaire hypotheek en de annuïteitenhypotheek. Je lost de hypotheekschuld volledig af in de overeengekomen looptijd. Bovendien geven deze hypotheekvormen je recht op hypotheekrenteaftrek. Hypotheken van vóór 2013 zijn dus een uitzondering én geven je ook nog recht op de hypotheekrenteaftrek.

Als je huidige woning met overwaarde wordt verkocht, kun je die gebruiken voor het kopen van een nieuwe woning. Als je woning nog niet verkocht is, kun je gebruikmaken van een zogenaamd overbruggingskrediet. Je kunt het zien als een heel korte hypotheek. Het is wel de vraag of de bank bereid is om de lening te verstrekken. Je moet de tijdelijke lasten wel kunnen dragen.

Meer vragen