Het Wooncliché: de opruimgoeroe

 

Mary Kondo zou een rolberoerte krijgen van mijn huis

Onze trendwatcher Alexandra Besuijen spot dé woonclichés van dit moment. En daarmee houdt ze ons een – soms confronterende – spiegel voor. Deze week: de opruimgoeroe.

Als er één mantra is dat opruimgoeroe’s de laatste jaren er bij ons ingeramd hebben, dan is dat declutter, declutter, declutter. Ontspullen, ontspullen, ontspullen. Niks bric-à-brac, knickknacks of ‘tuttermerul’ zoals Jan des Bouvrie zou zeggen, maar soberheid troef. De muren strak en wit, de vloer smetteloos en alle clutter weggeborgen in stijlvolle dozen. De kledinglades zijn met militaire precisie gevuld met op kleur gesorteerde onderbroeken en opgerolde sokkenparen – de eenzame sok komt in dit soort huishoudens natuurlijk niet voor – en het open kledingrek is van een museale schoonheid met de kraakheldere witte bloesjes en de perfect gestreken linnen gewaden. Het aanrechtblad wordt nimmer ontsierd door vuile borden, plassen drinkyoghurt of kaaskorsten, de koelkast zou qua reinheid zo in een operatiekamer dienst kunnen doen en op de open planken staat het strakke witte serviesgoed net zo smetteloos te pronken als ooit in de winkel.

Herkenbaar? Nee, voor mij dus ook niet.

Een schoon en opgeruimd huis, ok. Maar een huis als een toonzaal, ontdaan van elke persoonlijkheid?

More is more

Als Clutteraar Eerste Klas lukt het mij niet alleen niet om zo’n huishouden voor elkaar te krijgen, ik wíl het ook helemaal niet! Houd me ten goede, ik wil best wel een schoon en opgeruimd huis, maar een huis als een toonzaal, ontdaan van elke persoonlijkheid – nee dank je. Nou ben ik zelf wel heel erg van de tegenovergestelde richting. Als mensen voor het eerst mijn piepkleine woonkamertje met ook nog een keukenblok in kabouterformaat erin binnenkomen, vallen ze meestal even stil. ‘Goh, het is hier wel vol, hè,’ volgt er dan meestal aarzelend. Om na een tijdje – en een paar glaasjes wijn – te verzuchten: ‘Maar het is wel gezellig!’ En dat is het. De Mary Kondo-achtingen zouden er een rolberoerte van krijgen, maar mijn huis is heel erg wie ík ben en niet een of andere minimalistische stijlgoeroe die Less is More op een tegeltje heeft staan. More is more staat er bij mij in knaloranje neon op de gevel.

Ik ging eens tellen hoeveel troepjes ik in mijn woonkamer heb staan. Nou, heb je even…

130 Troepjes

Ik wilde weleens tellen hoeveel troepjes ik in mijn woonkamer heb staan, maar bij de 130 ben ik maar opgehouden. Zelfs voor mij was dat enigszins confronterend.
Maar met wát dan, zul je vragen. Nou, heb je even?

In willekeurige volgorde:
- Een oranje art-decovaasje van de rommelmarkt met plastic pioenen van de Action.
- 15 Schilderijen/kunstwerkjes van eigen hand.
- Een strooien hoedje.
- 3 Eieren van halfedelsteen op een schaaltje.
- Een klok van de Leenbakker opgeleukt met kalkverf.
- Een gitaar waar ik nooit op speel.
- 2 Glazen flesjes van de rommelmarkt.
- Een Chinees kommetje van geel porselein met een goudvis erop.
- 2 Houten retro hertjes.
- Een witgeschilderde dennenappel.
- Een miniatuur Zwitserse koeienbel aan een geborduurd lint.

We willen niet langer het gevoel hebben dat we een stelletje horders zijn met weggooi-issues

Trendsetter

Gelukkig blijk ik inmiddels helemaal bij de tijd te zijn, want de declutterbeweging is op zijn retour. Net zoals mensen zich niet meer imperfect willen voelen bij het zien van tot in het onwaarschijnlijke gefotosjopte fotomodellen, zo willen we ook niet meer het gevoel hebben dat we een stelletje horders zijn met weggooi-issues. We houden gewoon van gezelligheid en vooruit: een beetje rommel. Er is zelfs een boek van: The Joy of Leaving Your Sh*t All Over the Place waarin Jennifer McCartney schrijft over het plezier dat de spullen in haar volgestouwde huis haar geven. De herinneringen die ze oproepen, aan oma bijvoorbeeld, of dat ene leuke winkeltje toen op vakantie.

Bovendien schijnt het wetenschappelijk bewezen te zijn dat rommelige mensen creatiever zijn dan hun opgeruimde medemens en over het algemeen ook aantrekkelijker en succesvoller worden bevonden. Dat kan ik natuurlijk alleen maar beamen…